Mishandeling door knijpen ?

Mishandeling door knijpen ?

Mishandeling door knijpen ?

Welke vieze spelletjes worden hier gespeeld ? valse aangifte van gijzeling en valse aangifte van mishandeling. Hoe komt het dat haar arm na 45 min nog rood is op een plek waar ze niet is vastgepakt door Bea ?

 

Inleiding
Aanleiding is de door de President en bestuur gevoerde beleid inzake strafzaken en civiele zaken waarbij een der partijen een grotere maatschappelijke partij is (to big to fail) zoals de RABO bank en of een daarmee in collusie opererende partij.
Dit terwijl de aanleiding van het geschil, het onderhands doorverkopen van hypotheken zoals u dient te weten zonder medeweten en akkoord van een der contractpartijen, binnen het contractrecht geen enkele rechtsgrond kent.
Het doorverkopen van contracten kan pas na goedkeuring van alle contractanten en belanghebbenden vervolgens middels een notariële akte en of bij geschil middels vonnis van een onafhankelijke rechter.
Het tot stand komen van overeenkomsten Artikel 228
1. Een overeenkomst die is tot stand gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, is vernietigbaar:
a. indien de dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij, tenzij deze mocht aannemen dat de overeenkomst ook zonder deze inlichting zou worden gesloten;
b. indien de wederpartij in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende had behoren in te lichten;
c. indien de wederpartij bij het sluiten van de overeenkomst van dezelfde onjuiste veronderstelling als de dwalende is uitgegaan, tenzij zij ook bij een juiste voorstelling van zaken niet had behoeven te begrijpen dat de dwalende daardoor van het sluiten van de overeenkomst zou worden afgehouden.
2. De vernietiging kan niet worden gegrond op een dwaling die een uitsluitend toekomstige omstandigheid betreft of die in verband met de aard van de overeenkomst, de in het verkeer geldende opvattingen of de omstandigheden van het geval voor rekening van de dwalende behoort te blijven.

Hierbij geldt tevens het credo’s: wie eist bewijst en een mondelinge overeenkomst is ook een overeenkomst.
Al deze juridische feiten worden dus standaard overboord geworpen in bescherming en criminele collusie met de bank.

Onderbouwing
Mr. Sangers- de Jong op geen enkele wijze rekening heeft gehouden met de bewijsmiddelen aangedragen door verdachte ,klaagster in deze.
De beoordeling van de rechtmatigheid en doelmatigheid van het door verdachte uitgevoerde burgerarrest (op film aantoonbaar) is als bewijsmiddel volledig genegeerd. Het opgenomen burgerarrest toont immers aan dat verdachte handelde conform de geldende Wet- en regelgeving en dat van mishandeling geen sprake kan zijn zowel niet in de opzet als intentie. Mr. Sangers- de Jong heeft haar uitspraak niet onderbouwd hoe zij tot dit besluit is gekomen en wat de bewijsmiddelen zijn.
Ook had ze moeten kijken naar de redenen die opgegeven zijn waarom het geschil met de Rabobank en daarmee ook de deurwaarder was ontstaan.

Escalatie
Als er al sprake zou zijn van escalatie is die geheel en enkel te wijten aan:
– het vermeende slachtoffer in de hoedanigheid van deurwaarder op valse gronden, valsheid in geschrifte, fraude e.a. die verdachte meent te moeten betrekken bij het plegen van strafbare feiten.
Door het doen van een valse aangifte wordt een op film opgenomen en correct uitgevoerd burgerarrest ‘overruled’. Hierbij dient de rechter rekening te houden met zowel het eigen belang van het vermeende slachtoffer als vermeende verdachte ofwel klaagster maar ook het algemeen belang en de rol van de RABOBANK nv;
– de politie door het negeren van het rechtens uitgevoerde burgerarrest en het niet direct horen van de vermeende verdachte. Tevens zijn beelden echter van groter gewicht dan een verklaring van een getuige wat betreft waarde als bewijsmiddel volgens geldende jurisprudentie;
– het OM door een eenzijdige benadering zonder onderzoek naar het causaal verband tussen oorzaak en gevolg. Zo worden talloze aangiftes van klaagster in het voortraject zonder een sepot bericht afgedaan.

Persoonlijk belang
Daarbij is duidelijk dat zowel de politie als het OM enkel in het persoonlijk belang van het vermeende legale handelen van de gerechtsdeurwaarder hebben gehandeld en in hun eigen belang gelet op de afhandeling van de talloze aangiftes.
Men wil op geen enkele wijze het causale verband onderzoeken tussen oorzaak en gevolg.
Hierdoor is vanaf het begin van de zaak sprake van een schending van het beginsel ’equality of arms’ . Het beginsel van ‘equality of arms’ gaat uit van het idee dat de verdachte in een strafzaak een redelijke kans moet krijgen om zijn/haar kant van het verhaal naar voren te brengen, zodat hij/zij dezelfde kansen krijgt als de openbaar aanklager.
Er moet sprake zijn van een evenwicht, een balans, in rechten. Het beginsel is verwoord in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de Mens en is een van de elementen van een ‘eerlijk proces’. In de praktijk speelt het beginsel een belangrijke rol in strafrechtelijke procedures. Het beginsel dat geheel afwezig was tijdens de bewuste zitting van 11 januari j.l..

Weigeren van bewijs in het voordeel van verdachte
Zowel in het voorbereidend en eenzijdig uitgevoerd onderzoek door politie onder leiding van het OM als het in de avonduren na sluitingstijd van de Rechtbank in het duister gedraaide onderzoek door de politierechter wordt bewijs ten positieve van vermeende verdachte dan ook niet behandeld. Men kan gezien deze aanwezige feiten en omstandigheden dan ook niet spreken van een onafhankelijk en eerlijke rechtsgang.

Horen
Dat de desbetreffende politierechter de klaagster niet heeft gehoord in zowel materiële als formele zin blijkt uit de volgende feiten en omstandigheden.
Klaagster gaf aan dat zij op medische gronden (IVA) niet in staat is tot het verrichten van arbeid en dus voor een taakstraf niet aanmerking kan komen. De eerst volgende vraag van de politierechter was daarop echter: ‘ Of ik (klaagster) een taakstraf kan uitvoeren?’ (Opname op band)
Hieruit blijkt dat desbetreffende politierechter mij letterlijk en figuurlijk niet gehoord heeft tijdens de zitting en dus het vonnis in samenspraak met de andere partijen op voorhand reeds vast stond.

Modus operandi
Tenslotte is zonder inschakeling van een onafhankelijke getuige deskundige getracht de vermeende verdachte, klaagster in deze, onder valse voorwendselen en zonder kennisgeving vooraf te beoordelen aan de hand van de artikelen 14a, 14b, etc. om door het aantasten van haar geloofwaardigheid middels deze karaktermoord en wederom onder schending van fundamentele internationale humane rechten haar het recht op wederhoor te onthouden dan wel te ontnemen hetgeen een bestendig gedragslijn is van de betrokken partijen ofwel modus operandi.
Zij wordt vrijwel onmiddellijk ten laste van een behoorlijke procesgang met zeer ongewenste vormen van belangenverstrengeling geconfronteerd.
Met name, omdat zowel de horizontale als verticale controle op het integer functioneren van de leden bij de Rechtelijke Macht en justitie volledig, d.w.z. tot in hoogste instantie, ontbreekt, waardoor het integer functioneren van genoemde togadragers volstrekt afhankelijk is geworden van hun ambtseden en ereregels.
Dit, terwijl uitsluitend de pakkans op ambtelijke corruptie een garantie voor het integer functioneren biedt zo heeft de praktijk uitgewezen al jarenlang Vrouwe Justitia gegijzeld houden in hun arglistig bedrog ter aanranding van een behoorlijke procesgang,
Zij verduistert vervolgens mijn formele aangifte ter zake in samenspanning ex art. 80 Sr en onder de verzwarende omstandigheid van art. 44 Sr met de griffier van de Centrale griffie, door aldaar te regelen, dat alle formele documenten, ook die niet tot haar zijn gericht aldus ook bovengenoemde formele aangifte en de verzoekschriften waarmede ik mij tot de Rechtbank had gewend onmiddellijk naar haar diende te worden doorgezonden met als rechtsgevolg dat er in de computerbestanden van Justitie een tiental formele documenten ten laste van genoemde criminele organisatie ex art. 140 Sr waren verdwenen.
Niet valide
Dat het OM gebruik (misbruik) maakt van hun positie om zaken naar hun hand te zetten en zich minder te laten leiden door aanwezige feiten en omstandigheden die buiten het bereik van het OM dossier liggen, heeft inmiddels geleid tot meerdere grove justitiële dwalingen

Achterstand
De verdachte staat al op achterstand nog voordat hij of zij de rechtbank betreedt. Omdat het beleid is dat Rechters blind varen op de informatievoorziening door het OM, wel of niet valide. Daarbij een ontmoedigingsbeleid hanteren en vertragingstechniek toepassen bij het toelaten van extern en met name audio visueel vastgelegd bewijs.

Strafrecht als noodrem
Civielrechtelijk is deze zaak indien goed vertegenwoordigd en voorbereid door de eiser de bank niet te winnen. Immers wie eist bewijst geldt in het civielrecht. Nu wordt het recht en met name strafrecht ingezet, misbruikt, om een illegale praktijk van de RABOBANK e.a. een contractant extreem onder druk te zetten. Er is in dit geval dan ook sprake van marteling en foltering conform het Internationaal recht. Zowel de politie als het vermeende slachtoffer de deurwaarder plegen in collusie strafbare feiten aangezien zij zich willens en wetens en tegen beter weten in hun wederrechtelijk handelen slechts gesteund weten door een op valsheid in geschrifte gebaseerd dossier.

In collusie met de bank
Vervolgens gaat de rechter in deze kwestie over tot het weigeren van eenduidig bewijs van de kant van verdachte terwijl het niet dubbelzinnig en zeker geen wettig en overtuigend bewijs van de kant van het OM wel als bewijs door de rechtbank wordt geaccepteerd. Wederom wordt het belang van de grote partij de RABObank en de daarmee in criminele collusie opererende deurwaarder en politie wel of niet bewust van het door hen plegen van strafbare feiten door een (on)kundige rechter gesteund.

Burgerarrest
Des te opvallender is dan ook dat de voorzitter van de rechtbank geen enkel woord rept over het rechtmatig en doelmatige karakter van het door klager uitgevoerde burgerarrest. Deze burgerarrest is volledig en integraal opgenomen en het digitaal opgeslagen filmmateriaal is door dezelfde voorzitter als bewijs ter zijde geschoven. Ook nu weer is duidelijk dat de rechtbank het belang van de grote partijen beschermt, niet de Wet hanteert en al helemaal niet de rechten van een individuele burger respecteert. Tenslotte hieronder nog even opsomming van recht en regelgeving waaraan ook u rechtbank zich dient te houden. Het zijn regels, verdragen, contracten, afspraken waaraan een zich zelf respecteren rechtsstaat in vereniging van beschaving met andere landen wenst te houden en elkaar op aan te spreken.

Een opsomming van feiten tijdens het strafproces
I – aangezien zij beleid voor staat die grote partijen op voorhand voortrekt op individuele burgers;
II- bij het actief beschermen van grote procespartijen ertoe overgaat de procederende individuele burger het recht op een eerlijk proces actief te ontnemen;
III – zij haar rechters aanstuurt en beveelt niet conform de TRIAS POLITICA te handelen ofwel van een onafhankelijke rechtspraak is geen sprake;
IV – behandeling van zaken niet in de openbaarheid worden gedaan in het voordeel van de betrokken grote partijen en de in collusie opererende procespartij. Hierbij schendt zij het recht van klager op openbaarheid van de zitting maar ook het recht en of grondwettelijke opdracht van controle door de volksvertegenwoordiging, de media en derden ;
V- Ik als procederende partij me niet goed op de inhoud van de zitting heb kunnen voorbereiden door het ontbreken van het volledig dossier. Hierbij had de voorzitter van de zitting mij in bescherming moeten nemen
VII- gelet op het gebrek aan bewijs en het sterke aanwezige tegenbewijs en een correct uitgevoerd burgerarrest is er sprake van vooringenomenheid jegens burgers. Dat dit geen enkel geval is blijkt uit o.a. uit Kamervragen inzake Justitieel strafvorderlijke gegevens.

Beginselen van behoorlijk proces of beginselen van behoorlijke rechtspraak
Algemene beginselen van behoorlijk proces of beginselen van behoorlijke rechtspraak zijn in de rechtsleer de rechtsbeginselen die het recht op een eerlijk proces moeten waarborgen. Ze zijn van belang voor het procesrecht.

1-Gezaghebbend, maar zonder directe werking in het Nederlands recht, is artikel 10 van de Universele verklaring van de rechten van de mens over het recht op een eerlijk proces.

2- Vaker wordt verwezen naar artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dat in Nederland algemeen beschouwd wordt als het belangrijkste kader voor de beginselen van behoorlijk proces, omdat het het grondrecht op een eerlijk proces (fair trial) formuleert.

Hierbij gaat het om de volgende vier beginselen:
2.1- het decisiebeginsel: recht op een behandeling en beslissing binnen een redelijke termijn
2.2- het verdedigingsbeginsel (hoor en wederhoor)
2.3- het onpartijdigheidsbeginsel: recht op onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak
2.4- het motiveringsbeginsel: recht op motivering van de uitspraak
3- Daarnaast kan men nog onderscheiden:
3.1- het beginsel van toegang tot de rechter (jus de non evocando)
3.2- het recht van partijen op rechtsbijstand
3.3- het openbaarheidsbeginsel: het recht op (interne) openbaarheid: de interne openbaarheid garandeert dat betrokkenen inzage hebben in alle stukken, de externe openbaarheid maakt dat de samenleving de rechtsgang kan controleren.

Hoger Beroep
Ook het recht van appel wordt in de rechtspraktijk aangemerkt als een van de beginselen van behoorlijk proces. Een partij moet in een proces in hoger beroep kunnen gaan, een gang naar een rechter in tweede instantie moet in beginsel open staan. Dit wordt ook wel het beginsel van dubbele aanleg genoemd.

1- Geen volledige inzage in mijn strafdossier gehad en mij niet conform wet- en regelgeving kunnen voorbereiden op het proces. Geen volledige inzage ondanks meermaals verzoeken tot volledige inzage. Dit is een schending van de Equality of arms.

2- Geen hoor en wederhoor genoten aangezien ik op de inhoud mijn verdediging niet kan baseren zie punt 1.

3- Er bewijsmiddel ten voordele van de verdachte niet wordt meegenomen. Hiermee is aangetoond dat de schijn van onpartijdigheid in deze kwestie geweld is aangedaan aangezien een niet overtuigend bewijsmiddel zonder duidelijke causale verwijzing tussen vermeende verwonding en slachtoffer een op een kan worden aangetoond. Gaarne wil ik dan ook in het bezit komen van het bij de foto ter rechtszitting getoond behorende proces-verbaal. Vandaar dus het belang van inzage in het onderliggende dossier.

4- Aanleiding van dit alles is de twijfelachtige rechtsgeldige onderhandse verkoop van mijn hypotheek door de Rabobank aan een mij onbekende partij. Maar ook nu is duidelijk dat de magistratuur het wederom opneemt voor de grote partijen en hierbij talloze rechten schendt van individuele burgers. Van een onafhankelijke en eerlijke rechtsgang in deze is dan na wet en norm geen sprake.

Daarnaast zijn er nieuwe feiten die voorheen zowel van Kessel als de rechtbank niet bekend waren. Vonnis laat duidelijk zien dat de rechter zich volledig laat leiden door wat de andere spelers aan info presenteren. Het lijkt dan ook meer op een strafzaak waarbij het OM leidt dan een strafzaak.
Daarnaast wordt er regelmatig een aanname voor waar aangenomen terwijl de onderliggende stukken hiervoor ontbreken of bij inhoudelijke behandeling een ander feitencomplex laten zien
List en bedrog alleen bleken niet voldoende. Het criminaliseren, demoniseren middels smaad en laster vormde een vast bestanddeel in de wijze van communiceren tussen bank en van Kessel.
Van Kessel vermoed hier dan ook duidelijk kwade wil en opzet vanuit de burelen van de RABObank.
Het is ook niet verwonderlijk dat Van Kessel deze menig is toegedaan aangezien de RABObank in dit dossier altijd in het nadeel van Van Kessel geacteerd schijnt te hebben en nimmer in haar voordeel. De RABObank schijnt vooral over haar met derden te hebben gecommuniceerd en niet met haar.

De argumentatie
Essentiële stukken, bewijsmiddelen Essentiële stukken van belang voor het voeren van een proces, zoals: notariële aktes, contracten, een gesloten huwelijk, rechtshandelingen e.a., blijken in deze zaak en de hiermee in causaal verband staande zaken keer op keer niet de waarde te hebben die men kan en moet verwachten als bindend voor de rechtspraak.
Deze aanwezige en zelfs afwezige tastbare zaken, bewijsmiddelen, vormen de rechtens (Notariële en op ambtseed) vastgelegde handelingen waarop de daarop alle volgende rechtshandelingen gebaseerd dienen te zijn.
Ook die van het OM, de Rechtspraak en derden kunnen hiervan niet afwijken. Het benemen van het recht te worden gehoord en of het van tafel schuiven van officiële bescheiden in het voordeel van verdachte zijn dan ook handelingen die rechtsstreek indruisen tegen fundamentele begrippen als het recht op een eerlijk proces en wederhoor en verdediging.
Strafzaken worden niet behandeld Zo wordt in deze specifieke strafzaak door zowel het OM als de Rechter bij herhaling, niet naar de oorzaak van de vermeende strafbare escalatie gekeken.
Er is sprake van of een tunnelvisie of een wel bewust gemaakte keuze verdachte haar rechten in deze wederrechtelijk te benemen.
Dit terwijl er feiten en omstandigheden zijn en een redelijk vermoeden van schuld die een strafrechtelijk onderzoek naar fraude en valsheid in geschrifte door derden meer dan rechtvaardigen.
Initiatief en het recht op het doen van aangifte Er is door verdachte dan ook velen malen getracht in communicatie met betrokken en verantwoordelijke partijen tot een oplossing te komen.
Een oplossing voor de aantoonbare wederrechtelijkheid en onrechtmatigheid die haar als slachtoffer is opgelegd en aangedaan.
Betrokken verdachte heeft zelfs vergeefs getracht vele malen aangifte te doen van aantoonbaar strafbare feiten. Edoch is hierbij haar recht op het doen van aangifte voortdurend geschonden en zit de opsporingsambtenaar in haar geval op de stoel van zowel de Rechter als de Officier van Justitie.
Ook een sepot op basis van citaat: Karaktermoord en geloofwaardigheid
Het plegen van karaktermoord en het aanvechten van iemands geloofwaardigheid zijn standaard methoden om rechten van partijen te schenden en de berokken procedure af te leiden van de werkelijk ter zake doende aanwezige feiten en omstandigheden, de aanwezige bewijsmiddelen.
Deze feiten en omstandigheden beginnen al bij een compleet valide strafdossier en het door verdachte kunnen invoegen van aanwezige bewijsmiddelen ten voordele van haar of zijn verdediging.
‘Shaming and blaming’
Dat zowel het OM als betrokken derden in collusie over zijn gegaan tot het hanteren van deze tactiek van ‘shaming and blaming’ zonder enige materiële rechtsgrond of bewijsmiddel. toont al aan dat betrokken partijen waaronder het OM geen enkele belang hechten aan tastbaar aanwezig bewijs laat staan een eerlijk proces of de rechten van verdachte.
Er is sprake van een gemeenschappelijk gedragen doel, met als gevolg de collusie.
Dat doel is het belang te dienen van de betrokken deurwaarder en de Rabobank e.a. maar zeker niet het recht van verdachte en of die van de maatschappij als geheel.
Het OM schendt in deze rol dus haar eigen door de Wetgever vastgelegde opdracht. Het is niet aan verdachte uit te zoeken wat de exacte redenen zijn voor de aanwezige en aan te tonen collusie in deze.
Het dient door de rechter echter aantoonbaar of afwezig geacht te worden onderbouwd in een vonnis.
Zin en doelen van het strafrecht Zin en doelen (functie) van het strafrecht zijn vergelding, preventie en beveiliging. Tot op heden zijn deze wat betreft verdachte enkel gericht geweest op vergelding voor vermeende strafbare feiten die zij indien aanwezig en rechtens bewezen geacht uit noodweer dan wel psychische nood zijn ontstaan in als causaal gevolg van de illegale verkoop van een hypotheek door de RABObank waardoor zij dakloos zou worden. (zie ook klacht jegens de RABO)
Gaarne vernemen wij dan ook hoe de rechter aankijkt tegen de volgen aanwezige feiten en omstandigheden: Rabobank verkoopt de hypotheek onderhands aan een derde partij.
De medeondertekenaar getrouwd in gemeenschap van goederen met de andere ondertekenaar van de desbetreffende notarieel vastgelegde hypotheekovereenkomst en koopakte wordt als:
1- belanghebbende niet geïnformeerd over het voornemen van de Hypotheekverstrekker om de mede door haar in gemeenschap van goederen gedragen hypotheek onderhands door te verkopen aan derden;
2- belanghebbende pas achteraf van de onderhandse verkoop op de hoogte gesteld en zij heeft nimmer voor akkoord getekend en is ook niet betrokken geweest bij het verbreken van de onderliggende overeenkomsten, contracten en notariële akten;
3- belanghebbende ook achteraf vaststelt dat haar ex man door het betalen van 2000,00 euro aan de RABObank af is van zijn deel van de restschuld.
4- belanghebbende na de deal tussen de RABObank en haar ex man te horen krijgt dat zij nog steeds een restschuld heeft van 20.000 euro;
5- Bij navraag bij de andere betrokken partijen blijken stukken rechtens van belang te zijn verdwenen of al dan niet vervalst.
6- Ook dat is eigenlijk niet van belang aangezien belanghebbende immers van het begin nergens mee akkoord is gegaan zelfs niet in de gelegenheid is geweest rechtens te reageren of de rechter in te schakelen.

Gevolg van dit blijk van verzet van belanghebbende is dat dergelijke contracten en notariële akten alleen via de rechter ontbonden hadden kunnen worden.
Ook dit recht hebben de andere betrokken partijen haar onthouden. Zeker een belangrijk argument dat iedere rechter dient mee te nemen in zijn afweging wat betreft oorzaak en gevolg.
Gemeenschap van goederen Immers als men zonder huwelijksvoorwaarden aan te gaan trouwt, bestaat er tussen beide partners de wettelijke algehele gemeenschap van goederen. Deze houdt in dat alle bezittingen en schulden van beiden voortaan gemeenschappelijk zijn, met andere woorden: de vermogens zijn samengevloeid en ieder is in dit vermogen gelijkelijk gerechtigd.
Ook de zaken die u tijdens uw huwelijk aankoopt of op andere wijze verkrijgt (schenking, erfenis) en de schulden die u zult aangaan vallen in deze wettelijke gemeenschap.
Op iedere regel bestaan uitzonderingen, zo ook op deze.
Terwijl men in algehele gemeenschap van goederen gehuwd is, kan er toch sprake zijn van drie vermogens:
• Het gemeenschappelijke vermogen;
• De privévermogens van de beide partners.
• Soms vallen goederen en schulden buiten de gemeenschap van goederen: ze zijn privévermogen van de ene echtgenoot.

Wanneer is dat het geval? Iemand die u iets schenkt of van wie u iets erft, kan bij de schenking of in zijn testament bepalen dat hetgeen u verkrijgt buiten de gemeenschap zal blijven;
Er kan sprake zijn van goederen of schulden, die zodanig aan één der echtgenoten “verknocht” zijn, die op zo’n bijzondere manier aan de persoon van één der echtgenoten zijn verbonden, dat zij niet in de gemeenschap vallen, bijvoorbeeld kleding, sieraden, smartengeld; ook het aandeel van een der echtgenoten in een vennootschap onder firma is in deze zin “verknocht”, hoewel de waarde daarvan wel in de gemeenschap van goederen valt; Het recht van vruchtgebruik dat de langstlevende echtgenoot soms van de erfgenamen van de andere echtgenoot kan vorderen, valt – als hij/zij een volgend huwelijk sluit – niet in de algehele gemeenschap van goederen die dan kan ontstaan; Pensioenrechten (deze worden bij echtscheiding of scheiding van tafel en bed wel verevend, maar via de wet verevening pensioenrechten); de pensioenuitkeringen die tijdens het bestaan van de gemeenschap van goederen worden gedaan vallen hier wel in.
Van al deze zaken is in dit geval geen enkele sprake omdat belanghebbende op voorhand al was uitgesloten van de onderhandelingen wat betreft het onderhands doorverkopen van de hypotheek.
De RABObank verzaakt heeft belanghebbende op tijd te informeren en in de gelegenheid te stellen te reageren. Het basis principe van onze rechtstaat immers: Hoor en wederhoor. zorgplicht

Zin en doelen
Essentiële stukken van belang voor het voeren van een proces blijken in deze zaak niet de waarde te hebben die men verwacht gelet op de eventuele gevolgen voor betrokkenen.
Zo is er in het vooronderzoek en voorbereidend onderzoek niet gericht gezocht naar de oorzaak van de vermeende escalatie aan de kant van de verdachte.
Deze omissie wordt op generlei wijze rechtgetrokken dan wel recht gedaan. Deze handelswijze door het OM is dan ook als illustratief te waarderen voor de vooringenomenheid van datzelfde OM en de voorkeursbehandeling van vermeend slachtoffer.
Daarnaast wordt op voorhand zowel door het OM als het rechtscollege inbreuk gepleegd op de zin en de doelen van het strafrecht: vergelding, preventie en beveiliging.

Evenwichtig
Op 1 januari 2013 zijn twee belangrijke, nauw met elkaar samenhangende wetten in werking getreden, die een “evenwichtig” en “vlot verlopend” strafproces moeten bevorderen. Het gaat om de Wet versterking positie rechter-commissaris en de Nieuwe Wet Processtukken. De bedoeling van die nieuwe wet is nobel. Verdachten moeten meer invloed hebben op de samenstelling van het dossier waarop de rechter zijn oordeel baseert. Het gaat hierbij om:

1- inzage door verdachte in het strafdossier samengesteld door het OM;
2- de mogelijkheid voor de verdachte stukken toe te voegen.

Inzage in het dossier
De verdachte staat in deze op achterstand ten opzichte van het OM. Zeker in de beginfase van het opsporingsonderzoek. De fase waarin de verdachte het meest kwetsbaar is.
Van de nobele bedoelingen van de Wet komt in de praktijk dan ook wederom weinig terecht. Zo ook in deze zaak.

Weliswaar is het uitgangspunt dat de OvJ op verzoek van de verdachte inzage verschaft, maar van dat uitgangspunt blijft weinig over wanneer diezelfde OvJ van de wetgever alle ruimte krijgt om inzage te weigeren.
Die ruimte krijgt de OvJ. Wanneer de verdachte vervolgens in het geweer komt, speelt de RC een bemiddelende rol.
Maar die bemiddeling zal de verdachte niet veel baten, omdat een toetsingscriterium ontbreekt en de RC zich zal moeten baseren op informatie van het OM.
Verdachte mag maar kan er niet op voorhand van uitgaan dat de aan hem of haar voor inzage beschikbaar gestelde strafdossier valide is.
Het ontbreken van dat toetsingscriterium vanaf het begin van het voorbereidend onderzoek valt verdachte niet te verwijten. (Het is eerder een gebrek aan kunde aan de kant van de Wetgever of een weloverwogen besluit om ruimte te bieden aan de betrokken procespartijen zelf.)

Dat maakt van de RC een stempelmachine evenals nu al het geval is bij de bewaring. En als de RC al meegaat met de verdachte en een termijn stelt waarbinnen de OvJ inzage moet verschaffen, heeft de OvJ “in het belang van het onderzoek” toch de mogelijkheid kennisneming te onthouden.
Daaraan koppelt de wetgever vervolgens een bezwaarschriftprocedure bij de RC, die een herhaling van zetten zal opleveren (art. 30 WvSv).

Nee, de procespositie van de verdachte is er op het punt van de inzage niet op vooruit gegaan. Zeker niet omdat de OvJ en de zittingsrechter inzage kunnen weigeren met het oog op het “belang van het onderzoek”, maar ook in verband met de “privacy” en het “algemeen belang” (art. 32 lid 2 WvSv). Zo blijft van het zo fraai verwoorde uitgangspunt bitter weinig over en lijkt eerder een situatie te ontstaan waarin niet de RC, maar de OvJ de lakens uitdeelt en de verdachte lijdend voorwerp is.

Van belangrijke verdragsrechtelijke uitgangspunten als “equality of arms” en “fair tryal” lijkt onze wetgever zich, zoals vanouds, weinig aan te trekken. En van een versterking van de positie van de RC is vooralsnog weinig te merken. Ja, hij zal meer bezwaarschriften op zijn bordje krijgen, die hij, varend op het kompas van het OM en bij gebreke van een duidelijk toetsingscriterium in de regel zal afwijzen.

Door verdachte toevoegen van bewijs
Ook de mogelijkheid om stukken toe te voegen aan het dossier stelt niet veel voor.
Opnieuw is de verdachte afhankelijk van de OvJ en kan hij na een weigering aankloppen bij de RC. De OvJ heeft ook hier een vrijbrief, alleen al omdat mag worden geweigerd als het stuk niet als een “processtuk” wordt aangemerkt. En wat een processtuk is, zegt de wetgever niet.
Dat geeft de OvJ carte blanche.
Slechts wanneer de OvJ van oordeel is dat door het voegen van stukken een getuige ernstige overlast zal ondervinden, een zwaarwegend opsporingsbelang kan worden geschaad of het belang van de staatsveiligheid wordt geschaad heeft hij toestemming van de RC nodig. Daar kan de verdachte wel baat bij hebben, want de motiveringsplicht biedt de RC de mogelijkheid grenzen te stellen (artt. 34 en 51b WvSv).

Schone schijn bedriegt. De verdachte komt er bekaaid vanaf omdat inzage en voeging van processtukken gemakkelijk kan worden geweigerd door de OvJ en de RC een papieren rol heeft. De enige winst is dat de verdediging meer aanknopingspunten heeft om op de zitting met kracht van argumenten het onthouden van inzage en het weigeren om stukken te voegen aan de kaak te stellen. Echter dient de rechter dan wel onafhankelijk te zijn

Hoogachtend,

Magda Wel
(gemachtigde van BPJ van Kessel)

Vitalifeiten
liefde is de sleutel

Related Posts

Vitalifeiten Jaaroverzicht 2013

Vitalifeiten Jaaroverzicht 2013

Regie zitting in Den Bosch

Regie zitting in Den Bosch

Met Bea naar politie Rotterdam

Met Bea naar politie Rotterdam

Bea belt

Bea belt

Geef een reactie